Richard Hermsen
Decaan en docent economie.

HRS Gymnasium Novum – Voorburg

♥PANN: Wat is je naam en functie?
Richard: Ik ben Richard Hermsen en ik ben decaan van de vijfde en zesde klas, dus ik begeleidt leerlingen met hun studiekeuze en ik ben docent economie.

♥PANN:  Hoe ben jij jezelf voor de klas?
Richard: Hoe ben ik mijzelf voor de klas? Maar dat is toch het makkelijkste? Het is veel lastiger om iemand anders te zijn voor de klas, want dan doe je echt bewust iets. Volgens mij hou je het ook gewoon echt niet vol als je een rol speelt en moet je jezelf wel zijn. Af en toe schiet je misschien wel in een rol, als je net doet alsof je boos bent, want dat ben je meestal gewoon niet echt, maar nee, ik heb niet daar niet echt een speciale manier of techniek voor.

♥PANN: Ook niet bepaalde dingen die je wel wilt delen of niet met je leerlingen, of ben je daar heel open in?
Richard: Nee, daar ben ik wel vrij open in. Ik deel wel vrij veel met leerlingen, over hoe het weekend is. Meeste leerlingen weten ook wel dat ik gewoon 2 kinderen heb en op zich ben ik daar wel heel open in, heb ik ook niet een duidelijke grens voor.

♥PANN: En hoe laat je je leerlingen zichzelf zijn? Hoe help je hun in het vinden van zichzelf en het ontwikkelen van zichzelf
Richard: Nou, dat is natuurlijk een van mijn taken hier op school als decaan.  Ik help leerlingen met hun studiekeuze. Het belangrijke daarin is dat je eerst, om een goede keuze te maken, bij jezelf op zoek gaat wie je bent, wat je kan, wat je dromen zijn. Er zijn wel manieren om daarachter te komen, maar ze moeten zich in ieder geval veilig voelen. Het idee hebben dat wat ze met jou delen, dat dat ook gewoon in vertrouwen is gedeeld. Om er achter te komen wie leerlingen nou echt zijn, of zichzelf daar achter te laten komen, wat je daarbij moet doen is gewoon echt een beetje tot vervelens toe gaan doorvragen. Want leerlingen zeggen dan vaak ik wil economie gaan studeren of iets met mensen gaan doen, maar dan moet je gaan zeggen waarom dan? Ja, omdat het leuk is. Maar waarom vind je dat dan leuk? Je moet wel een beetje zeurderig doorvragen om erachter te komen wat ze willen, en waarom ze dat willen.

♥PANN: En ook op het gebied van seksualiteit en gender?
Richard: Nou, dat eigenlijk niet zozeer. Kijk, we hebben een hele actieve GSA, en ik ben begeleider van de GSA maar waarom leerlingen daar dan bij zitten en wat hun motivatie en drijfveer is – ja, op zich vraag ik daar gewoon niet zo over door. Veel leerlingen zitten daarbij omdat ze zelf gay zijn, maar ook heel veel leerlingen zitten erbij omdat ze het belangrijk vinden – en op zich zijn die drijfveren voor mij allemaal valide. Ik vind het belangrijk dat er een veilige sfeer is om dit soort dingen, om jezelf te zijn. Om jezelf te uiten. Maar ik vind niet dat het moet. Dat je het moet delen.

♥PANN: Heb je nog manieren om die veilige sfeer te creëren? Of is dat iets wat al automatisch aanwezig is?
Richard: Ik denk dat we een heel eind zijn op deze school, maar nog steeds is “homo” het meest gebruikte scheldwoord. Dat is natuurlijk niet zo bedoeld en als je daar iets van zegt dan krijg je altijd die reactie dat het niet zo bedoelt is, maar ik kan mij voorstellen dat leerlingen daar onzeker van kunnen worden.
Wat wij doen om  die veilige sfeer te hebben op school is echt telkens weer opnieuw aandacht blijven vragen. Dus met voorlichtingslessen, door dagen als Paarse Vrijdag, en een dag tegen pesten. Maar ook aan het begin van het schooljaar beginnen we gewoon met de school helemaal vol te plakken met posters. Om te zeggen: hier op school noemen we elkaar geen homo of mietje. Dus op heel veel verschillende manier aandacht blijven vragen.
En blijvende aandacht: zo hebben we vorig jaar een genderneutraal toilet geopend. Dat toilet is een symbool van dit vinden wij belangrijk op deze school en op deze school mag iedereen zichzelf zijn. Ik hoop echt van harte dat kinderen die met hun gender worstelen, als ze aan de andere kant van het gebouw zitten, dat ze dan alsjeblieft gewoon naar de dichtstbijzijnde WC gaan.  Zo proberen we telkens wat meer dingen in de school te introduceren.

♥PANN: Waar haal je je inspiratie uit om jezelf te zijn maar ook om dat te stimuleren bij je leerlingen?  Wat motiveert je om dit werk te doen?
Richard: Het is vooral die groep leerlingen, die GSA bij elkaar. Die stralen echt zo’n fijne energie uit. Het gaat allemaal echt zo inefficiënt, dat wel, maar het komt gewoon echt altijd goed. De sfeer is gewoon echt heel erg goed – ik krijg daar echt wel energie van. Dat is mijn belangrijkste drijfveer. En het is natuurlijk ook gewoon een belangrijk onderwerp. De school moet een plek zijn waar leerlingen graag naartoe gaan en waar iedereen zichzelf kan zijn en dat is iets wat ik heel erg belangrijk vind.

♥PANN: Wat is jouw meest bijzondere paarse verhaal op school? Iets van een actie waarvan je dacht, ja dit hebben we toch wel voor elkaar gekregen.
Richard: Nou, we hadden dus vorig jaar die genderneutrale toiletten. Op de een of andere manier was dat ook uitgelekt naar de pers. Toen kreeg ik s ochtends telefoon van NPO 2: mogen we ook gewoon komen en filmen? En ik dacht, ja prima. Het was dan wel NPO 2 maar het was POWNews. Ze hebben heel veel gefilmd en geïnterviewd en de wethouder geïnterviewd en heel veel leerlingen geïnterviewd, maar ze hebben het nooit uitgezonden. Dus, eigenlijk, de conclusie die wij er dan een beetje aan trekken is dat het blijkbaar niet grappig genoeg, of niet zeikerig genoeg?  Was het gewoon te oké? Dat vond ik eigenlijk wel mooi.

♥PANN: Wat hoop je dat er in de toekomst nog gaat veranderen?
Richard: Kijk, het mooiste zou natuurlijk zijn als zo’n GSA echt  overbodig zou zijn. Dat je kan stoppen met het hele aandacht geven aan homorechten. Dat die hele emancipatie voltooid zou zijn. Ja, dat het echt helemaal niet meer nodig zou zijn om er aandacht aan te besteden, dat de emancipatie voltooid zou zijn.

♥PANN:  Misschien nog specifiek iets voor deze school?
Richard:  Nou, met onze GSA, wat leuk zou zijn, als we ook wat zouden kunnen organiseren voor heel Voorburg. Dus met andere GSA’s  van Voorburg, dat daar wat meer contact mee zou zijn. Zodat we ook iets kunnen organiseren in de gemeente als school. Want we hebben zoveel organisatorisch talent, en energie, en het is jammer als dat alleen maar beperkt blijft tot de school. Dus dat we een evenement —  of een Canal Pride hier op de vliet in Voorburg, ofzo, zoiets zou wel heel cool zijn.

Ruben van Keken
Docent Muziek, GSA begeleider.

Vathorst College Amersfoort

♥PANN:  Hoe probeer jij elke leerling zichzelf te laten zijn in de klas?
Ruben: Eigenlijk leg je de basis voor of je leerlingen zichzelf te laten kunnen zijn in jaar 1. Door daar met elkaar over in gesprek te gaan. Door randvoorwaarden neer te zetten die we belangrijk vinden, hier op school. We hebben gelijk in de eerste week van jaar 1 projecten die gaan over pesten, over dat iedereen anders is. Over hoe ga je met elkaar in gesprek, en dan komt er op het Vathorst college nog iets moois bij: dat zijn de kunstvakken. In de kunstvakken vragen we de leerlingen echt iets van zichzelf te laten zien, en benaderen we gelijk vanaf het begin dat dat hier moet kunnen. Dat je fouten kunt maken dat je ook dingen tegen kan komen die je niet kan, dat je anders bent dan de rest, dat je dat omarmt. We vragen leerlingen ook feedback aan elkaar te geven waarbij we richten op positieve feedback: lukt het je om de mooie kanten van iemand te zien, in plaats van dat je je alleen maar richt op dingen die je nog moet leren.

♥PANN: En dingen die je doen verschillen?
Ruben: Ja, en durf je dat te benoemen met elkaar? Daar proberen we op het Vathorst College heel erg aandacht aan te geven door de grens tussen docent en leerling niet zo ver van elkaar af te laten zijn.

♥PANN: Vind je dat ook erg belangrijk, dat contact met de leerling?
Ruben: Ik wil leerlingen ontmoeten in wie zij zijn. Ze zijn bij ons niet een nummertje in de klas, ze hebben bij ons een naam en ze hebben een verhaal. Daar zijn we naar op zoek. Ik ben niet “meneer van Keken” voor hun: Ik ben Ruben, die met hun in gesprek gaat. Ook als het mis gaat, dan sturen we ze er niet uit, maar we gaan in gesprek. Wat gaat er nou mis tussen ons? Daarin proberen we leerlingen ook echt te zien. Dan leg je gelijk zo’n basis neer en dat gaat dan als een soort vuur rond en dat heeft invloed — daar geloof ik echt in — op elkaar.

♥PANN:  De ene leerling heeft vast meer moeite om zichzelf te zijn en de ander profileert zich misschien meer. Hoe probeer je dat ook echt elke leerling uit zijn schulp komt?
Ruben: Naja, moet dat? Moet iedereen uit zijn schulp komen?

♥PANN:  Nee dat niet, ook leerlingen die wat meer aanwezig zijn hoeven niet per sé hun ware zelf te zijn. Kijk je als leraar dan ook echt naar van hoe kan ik met een bepaalde leerling in gesprek gaan?
Ruben: Kijk, je ware zelf ontdekken is voor iedereen anders, en op deze leeftijd een essentieel onderdeel van wie je bent. Ik ga leerlingen niet vragen gelijk hun ware zelf te zijn – want ze weten nog niet wie ze zelf zijn vaak. Dit is juist de periode waarin je dat ontdekt, waarin je dingen probeert en waarin je soms over een grens heen gaat en het enige wat je kan doen is er daarvoor zijn en met leerlingen in gesprek gaan. “Goh ik zie nu dat je dit doet, leg uit. Waarom doe kies je daarvoor?”

♥PANN: Dat proces probeer je aan hun bloot te leggen?
Ruben: Ja, en dat betekent dat mensen zich soms heel anders uitlaten of er anders uit zien. Dat we dat ook mogen accepteren samen. Een persoon is op zoek naar zichzelf, naar een identiteit en gaat dan ook op zoek naar extremen. Soms is dat in kleding er heel anders willen uitzien of soms is dat in gedrag. En in plaats van dat je daar bang voor bent, vind ik het leuk om met leerlingen daar over in gesprek te gaan.

♥PANN: Heb je vroeger dat dan zelf ook gehad. Waar haal jij je inspiratie uit om de leerling zich te laten zijn? Hoe ben jij je zelf om hun ook zichzelf te laten zijn?
Ruben: Ik vond de vraag wie ik was heel ingewikkeld. Omdat ik merkte op mijn middelbare school, dat degene die ik op dat moment was, daar liep ik tegen aan omdat mensen om me heen dat niet helemaal accepteerde, de leerlingen toen. Ik was heel erg uitgesproken en van de kunst, en deed alle musicals mee. Ik was erg extravert. En in mijn klas moest je je inhouden. Moest je je vormen naar de rest. Wat heel vaak in de pubertijd is, mensen die onzeker zijn die vormen zich naar wat de groep wil. Want als je niet weet wie je bent, dan is het altijd fijn als je dat bij iemand anders ziet en dan maar die persoon even wordt.
En dat stukje kon ik niet, dus ik viel erg buiten de groep. Wat gevolgen had, was dat ik gepest werd. Dat was voor mij ook heel erg, waar kies ik op dat moment voor: kan ik mijzelf zijn of vorm ik mij aan de rest en “overleef” ik veel makkelijker. Ik koos er toch voor om dat laatste een beetje te doen. En misschien was dat toen ook wel een beetje nodig. Om mij in te houden, omdat die veiligheid er niet was op mijn oude school. Ik denk dat iedereen daar niet aan ontkomt, dat je je soms moet vormen aan de rest omdat er altijd een groepsgevoel is. Zeker in zo’n leeftijd waar je zo onzeker bent, kijken jongeren veel naar elkaar. Tegelijkertijd durf ik wel te stellen dat ik denk dat leerlingen hierop school daar iets meer ruimte in voelen al om toch meer hun zelf te zijn. En daar hebben wij op school een super belangrijke taak in. Zeker in muziek werken ze heel veel samen met elkaar, botst het ook erg en dat zijn de meest waardevolle gesprekken. Dat merk je al in samenwerkingsopdrachten.
Ik had het vandaag nog met een groepje die samen een rap moest schrijven, waarbij een jongen er echt uitviel want die voelde zich niet gehoord en had ook andere ideeën dan anderen. Er waren er drie die juist heel erg op een lijn zaten en hij niet. Hij wou het eigenlijk op zijn manier. Dus hij had moeite met het conformeren met de rest, tegelijkertijd hadden die andere moeite om ook zijn ideeën aan te horen. Die gesprekken zijn zo waardevol, daar leer je het meest van.

♥PANN:  Om andere mensen dus zichzelf te laten zijn moet je ook best je elf zijn voor de klas. Hoe geef jij als leraar daar vorm aan?
Ruben: Voor mij zijn het docenten die het meeste effect hebben bij een klas. Docenten die echt durven te zijn. Die ook menselijk durven te zijn. Mijn beste lessen die ik heb gegeven waren lessen waarbij ik zei “Jongens, ik had een plan. En ik merk bij mezelf; het lukt me niet, ik doe dingen niet goed. Of ik ben nu heel onduidelijk. Help mij alsjeblieft.” En dan gaan leerlingen door het vuur voor je. Als je gewoon aan hun laat zien: ik mag ook een fout maken, ik hoef niet perfect te zijn. “jongens dit deed ik niet goed”. Dan durven zij dat ook. En dat is wat je wil in het onderwijs. Je wilt dat leerlingen met volle overtuiging fouten mogen maken met het idee van, daar leer ik van. Volgens mij heb je als docenten daar een voorbeeld in, door ook te laten zien dat jij ook mens bent.

♥PANN: Heb jij nog een interessant paarse verhaal? Een verhaal over anders zijn, met een  LGBTQ thema. Jij hebt mij ooit verteld dat er iemand tegen jou uit de kast kwam. Dat is helemaal spannend, om zo jezelf te laten zien.
Ruben: Ja, dat is het grootste compliment dat je kan krijgen. Dat een leerling naar je toekomt en dat met je wilt delen. Het verhaal dat ik jou vertelden was een jongen in de brugklas. Die erachter kwam dat hij op jongens viel, en die ouders wisten het nog niet, en hij had een vriendin meegenomen. Ze kwamen met z’n tweeën bij mij en hij zei “Eigenlijk weet niemand het nog van me. Maar volgens mij word ik verliefd op jongens.” Een groter cadeau kan je mij niet geven. Want het geeft me daar vertrouwen mee, en ik denk dan …  mijn werk is dat ik voor betekenis wil zijn voor mensen. Op dat moment mocht ik van betekenis zijn voor hem. Het eerste dat ik hem heb gezegd is “Hey joh, wat geef je mij een cadeau, dat ik dat vertrouwen aan jou mag geven. En daar wil ik je voor bedanken want ik weet hoe moeilijk die stap kan, maar daarmee geef je mij zoveel waarde. Dat ik dat van jou mag weten”. En toen ben ik in gesprek gegaan met hem: wat zou dat voor je ouders betekenen als zij ook die waarde voor jou mogen zijn? Wat zijn de risico’s? Waar ben je bang voor? En wat zou het je kunnen opleveren? Dat vind ik de mooiste gesprekken die er zijn.
Ik wil leerlingen proberen duidelijk te maken dat het hebben van een geheim heel vaak veel zwaarder is dan het geheim zelf. Je kan veel meer last hebben van het rondlopen met een geheim. Je kan veel meer aan pijn veroorzaken. En dat heb ik met hem besproken. In die week heeft hij het zijn ouders verteld heb ik hem gevraagd “Hoe was het?”. Hij reageerde met opluchting. Het mag er gewoon zijn. Hoe gaan wij er dan op school mee om, wat wil je zelf? Die jongen heeft toen in de eerste klas – ik was daar bij – de klas het verteld. “Jongens, ik denk dat ik op jongens val”. Gelijk kreeg hij credits terug van de klas. Ik heb aangegeven van wat een stap hij zette. Hij geeft jullie dit vertrouwen dat jullie dat mogen weten als klas, en volgens mij zijn jullie dat vertrouwen meer dan waard. Wat willen jullie hem mee geven?

♥PANN: Dus doordat jij mensen zichzelf laat zijn, durven leerlingen open over zichzelf te zijn?
Ruben: Mensen voelen voelen zich bezwaard over wat zij als probleem ervaren. Ik probeer de leerlingen te zeggen; wanneer je jouw probleem – naja “probleem”. Dit is dus geen probleem, maar zo voelt het soms. Dat idee van, ik maak het mensen lastig, terwijl je juist mensen daar wat mee geeft. Omdat mensen dan iets van waarde van jou mogen zijn.

♥PANN: Dat is mooi. In dat proces stuur je de leerlingen vooral om uiteindelijk zichzelf te kunnen laten zijn.
Ruben: Ja, dat is wat je in de puberteit heel vaak ziet. Je focust je op hoe mensen anders zijn terwijl ik het ook een hele interessante vraag vind: wat hebben we met elkaar gemeen? Waarin delen we wat? Zo makkelijk is het om te focussen dat jij homo bent en ik ben hetero, terwijl ik erkenning kan vinden in jou en jij misschien in mij. Dat delen met elkaar en dan breng je juist mensen bij elkaar, in plaats van dat je focust op dat we anders zijn. Dus ik zei ook “Joh, misschien valt hij nu op jongens en komt hij er later achter dat het niet zo is. Dat boeit toch geen reet. Dat maakt hem anders dan de rest, maar tegelijkertijd hebben we zo veel met elkaar gemeen. Dat zijn de ding die belangrijk zijn om op te focussen.”

♥PANN: In de toekomst, wat denk jij dat nog heel belangrijk is om die discussie open te houden en iedereen zichzelf te laten zijn. Wat denk jij dat in het onderwijs essentiële dingen zijn waardoor iedereen zichzelf kan zijn?
Ruben: Ik geloof heel erg in de dialoog. Ik zeg altijd: het dialoog is helend. Het gesprek daarover is al zo helend. Ik geloof enorm in de rol van de leerlingen zelf. Daarom ben ik voorstander van GSA’s. Bij ons is de GSA niet alleen voor Paarse Vrijdag. Als we het over de introductie hebben, over dat pesten, dan stelt de GSA zich ook voor en zegt “wij vinden het als groep belangrijk, dat iedereen zichzelf mag zijn en kom er bij als je wilt”. Leerlingen hebben zelf een rol in een voorbeeld te geven. Die jongen waar ik het over had, die uit de kast kwam, die heb ik toen vijf jaar later gevraagd “kom nou eens in de brugklas vertellen over hoe dat was”. Die jongen die toen in vijf havo zat ging toen de brugklas in en vertelde hoe het uiteindelijk was om uit de kast te komen. De opluchting die het hem bracht. Dat vind ik mooi, vanuit de ervaring van de leerling zelf, ik denk dat je daarmee echt de wereld veranderd. Ik kan dat als docent zeggen, maar wanneer leerlingen dat elkaar vertellen: dan is dat nog veel sterker.

♥PANN: Vet. En die GSA’s begeleid je dus, die laat je redelijk autonoom daar in?
Ruben: Het is een club die daar zelf vorm aan mag geven. Ik heb daar wel afgelopen jaren iets meer sturing in gegeven, want je hebt ook vaak dat het iets te vrijblijvend wordt. Ik wou echt dat er een club zat die de verantwoordelijkheid voelde. Ik heb twee jaar geleden aanmeldingsprocedures ingebracht, waarbij leerlingen op gesprek komen bij mij en dan in gesprek gaan over waarom dit belangrijk is voor die persoon om te doen. Wat wil je daarbij bijdragen, waar liggen je kwaliteiten. Een soort sollicitatieprocedure. Ik heb daar dus iets minder vrijblijvendheid aan gegeven, want als je er bij zit draag je ook een bepaalde verantwoordelijkheid ook in de school. Dat heeft er zo voor gezorgd dat die club ook veel meer passie daarvoor heeft en met veel meer ideeën komt. Als het goed is hoef ik zo er zo min mogelijk aan te doen en kan ik een stapje terug doen.

♥PANN:  Top dankjewel!

Alyssa Willemse
Docent Engels

Cals College IJsselstein

♥PANN: Op welke manier ben jij jezelf voor de klas?
Alyssa: Ik ben niet bang om mijn identiteit te laten zien, mijn leerlingen weten allemaal dat ik op vrouwen val. Ik zeg het niet uit mezelf maar er zijn altijd nieuwsgierige leerlingen die vragen of ik een vriend heb. Dan zeg ik altijd nee, en als ze brutaal genoeg zijn om door te vragen zeg ik dat ik een vriendin heb, dit is in alle gevallen gebeurd. Ja ik ben mezelf, ik ben daar heel nuchter in en verschuil het niet.

 ♥PANN: Hoe laat jij je leerlingen zichzelf zijn?
Alyssa: Sowieso mogen ze elkaar in de klas niet uitschelden maar ik merk wel dat het onder elkaar nog wel altijd cool is om elkaar ‘homoo’ te noemen. En als ze dat doen roep ik gewoon heel nuchter: ‘de enige homo die hier zit ben ik en als het anders is dan hoor ik het wel maar hou het lekker zo, laat iedereen in zijn waarde’. En dat doen ze dan ook.
Vorig jaar had ik een leerling die ik er ook wel een beetje bij geholpen had, dus ze weten dat ik er open voor sta, ze weten dat ze bij me kunnen komen. Ik voel me soms een soort rolmodel naar de leerlingen toe, ook voor wie ik zie en wel al kan raden die gay zijn, dat voelt wel fijn.  Je kan het allemaal wel verschuilen maar het is er, en ja wat wil je er aan doen. Het wordt nooit beter als ze het blijven verschuilen, ze hebben net zoveel respect voor me als dat ik een vriend zou hebben. Ik heb er hier niet heel veel last van. 

♥PANN: Waar haal je zelf je inspiratie vandaan om jezelf te zijn?
Alyssa: Ik denk uit mezelf, omdat het niet zo heel lang geleden is dat ik uit de kast ben gekomen. En nu ik het gevoel heb dat ik eindelijk mezelf kan zijn, zie ik mezelf terug in de leerlingen, ik zie de leerling terug die ik was vroeger was. Je blijft een beetje in je schulp, en dat heeft er voor mij voor gezorgd dat ik heel lang in de kast heb gezeten, dus ik denk dat ik daar heel erg mijn kracht uithaal. Ik laat de leerlingen inzien dat het oké is om uit de kast te komen. Ook uit de kast komen op een jongere leeftijd, ik had liever dat ik er eerder uit was gekomen voor mezelf. 

♥PANN: Wat is je meest bijzondere paarse verhaal?
Alyssa: Toen ik net begon met werken was het coming-out day en ik wilde daar een les over geven. Ik begon de les met vragen of ze wisten waar de regenboogvlag (die buiten hing) voor was. Een meisje stak haar hand op en zei ‘ja, het is voor die homo’s en lesbiennes, als ik lesbisch zou zijn zou ik me kapot schamen’. Toen zei ik dat ik was net zo oud was als haar toen ik me realiseerde dat ik iets voelde voor een meisje, het gevoel dat mijn vriendinnetjes voor jongens hadden. Vanuit daar zei ook ik dat het voor mij heel lang geduurd heeft door dat soort vooroordelen om uit de kast te komen. Maar dat ik nu heel blij ben met wie ik ben en heel gelukkig ben met mezelf. Aan het eind van de les steekt ze haar hand op en voor iedereen in de klas zegt ze ‘mevrouw, ik wil toch oprecht mijn excuses aanbieden, want het is eigenlijk heel raar wat ik zei’. Dat kwam bij mij wel binnen, toen dacht ik: daar doe ik het voor.

♥PANN: Wat hoop je dat er in de toekomst gaat veranderen?
Alyssa: Ik hoop dat het sociaal geaccepteerd wordt, dat het niet meer uitmaakt of je een vriendin of vriend hebt. Ik hoop eigenlijk, ondanks dat het nu voor de leerlingen een les is, dat het sensatie verhaal niet meer verteld hoeft te worden. Dat het gewoon normaal is. Ook voor de leerlingen zelf, dat ze niet gepest worden. Dat ze allemaal de mentaliteit hebben van: boeien op wie je valt.

Flemming van de Graaf
Docent Maatschappijleer, GSA begeleider.

Hofstad Lyceum Den Haag

♥PANN: Wat is je naam en wat is je functie?
Flemming: Ik ben Flemming van de Graaf, ik geef maatschappijleer en maatschappijwetenschappen op onze school. Daarnaast begeleid ik alle leerlinggroepen die we hebben, dus onder andere de GSA, maar ook de leerlingenraad.

♥PANN: Hoe ben jij jezelf voor de klas?
Flemming: Zo, op welke manier ben ik mezelf voor de klas ….  nou, ik denk als eerste dat ik mezelf voor de klas ben door heel open te zijn, open over wie ik ben en wat ik doe, maar ook dat ik homoseksueel ben, al mijn leerlingen weten dat. Het is nou niet dat het het eerste is wat ik vertel bij binnenkomst, van “hoi  ik ben meneer van de Graaf en ik ben homo”. Maar meestal in les 2 of 3 zit er wel een voorbeeld waarbij ik zeg: “En met mijn vriend ging ik … “ en dan is het eigenlijk geen issue meer, dan is het gewoon prima. Logisch. Het zal wel. Nou is het ook niet echt te missen, als je een beetje goed kijkt, hallo..

♥PANN: Nou sommige mensen zijn daar echt blind voor.
Flemming: Ja, inderdaad, maar in principe de meesten hebben het wel door. Maar ik heb er eigenlijk nooit echt issues mee gehad, dus dat is eigenlijk wel heel fijn. Dat maakt het wel makkelijk. Ik zit te denken, hoe ben ik nog meer mijzelf … nou, ik denk ook doordat ik er zelf heel makkelijk over doe en praat, dus bijvoorbeeld als ze persoonlijke vragen stellen over mijn huis ofzo, dan vertel ik ook gewoon dat ik samen woon met mijn vriend en mijn kat. Huis, tuin en keuken dingen maar het maakt dat het normaal is en dus niet een ding, en dat werkt in ieder geval voor mij heel goed. Dat het ook voor die leerlingen eigenlijk geen ding is want je maakt er ook zelf geen ding van. Ik denk, maar dat is buiten het hele GSA ding, dat ik in ieder geval heel enthousiast ben voor de klas en heel erg de energie van de leerlingen mee wil nemen in de les. Ik zit te denken …

♥PANN: Misschien een connectie met maatschappijleer, dat dat het juist makkelijker maakt, of moeilijker?
Flemming: Nou, als je onderwerpen bespreekbaar wil maken, ben ik er wel heel bewust van dat ik een bepaalde achtergrond heb die voor leerlingen lastig kan zijn. Ik heb bijvoorbeeld een brugklas les gegeven en toen hadden we over dit onderwerp echt een heel open gesprek. Toen zei een jongen iets in de trant van: ja meneer, ik vind dit best wel moeilijk, want, voor mijn gevoel kan het gewoon, maar van mijn geloof kan het niet, ik ben een beetje confused. Zo van, ik weet gewoon niet hoe dat dan samen moet —  en toen dacht ik echt, maar dit is echt al winst. Want nu denk je er over na en dat is vooral wat ik eigenlijk wil. Ik probeer ook heel erg uit te stralen dat het eigenlijk geen issue is. Dat het, lekker boeie, het maakt eigenlijk niet uit. Het is gewoon. Het zou eigenlijk een non-issue moeten zijn, en dat is het eigenlijk ook wel.

♥PANN: Hoe laat je je leerlingen zichzelf zijn?
Flemming: Ik denk als eerste door veel met ze in gesprek te gaan, dat is wel mijn kracht. Door veel met leerlingen te praten over hoe het gaat, wat ze doen, waar ze vandaan komen, wat voor thuis situatie. Nou is dat echt niet bij alle leerlingen mogelijk, maar ik heb een beetje de filosofie dat als elke docent dat nou bij een aantal leerlingen doet, dan coveren we in ieder geval een groot deel van de leerlingenpopulatie. Ik vind het dan met name heel belangrijk dat ze zich gezien en gehoord voelen en ook oprecht, niet dat je denkt daar komt het vinkje pedagogiek, dat je nu gaat vragen: hoe gaat het me je? Maar dat je echt geïnteresseerd bent in wat er in leerlingen omgaat en wat leerlingen ook meemaken, want je merkt dat dat voor wederzijds respect zorgt. Er is nog een ander ding wat ik doe, met name bij praktische opdrachten die wel voor een cijfer zijn, er zit altijd een keuze element in. Dus ze kunnen dingen kiezen. Daarin probeer ik te zorgen dat leerlingen vaak hun eigen interesse kwijt kunnen, dat leerlingen dus iets van zichzelf kunnen laten zien en dat ook verder kunnen ontwikkelen. Zich kunnen verdiepen in iets wat ze boeiend vinden. Zo is een van de praktische opdrachten bij maatschappijleer is dat ze een eigen evenement moeten bedenken om de pluriforme samenleving te verbeteren, want we zijn natuurlijk allemaal verdeeld, allemaal anders. Wat kan je nou doen als evenement om dat te verbeteren. Het meest standaard evenement is een muziekconcert op het malieveld en ja dat heb ik inmiddels wel gelezen. Maar juist ze uitdagen tot doe dat stapje verder, zet je in voor iets wat jij belangrijk vindt. Zo was er een groep die een heel plan heeft geschreven voor de week tegen pesten op onze school, en uiteindelijk hebben we dat plan gebruikt om de week tegen pesten invulling te geven op onze school. Zij hadden daar dus al een heel deel voor geschreven in hun praktische opdracht. Zodoende probeer ik dus ook echt wel de verplichte stof te koppelen aan wat ze zelf interessant vinden. Een belangrijk ding van de GSA’s vind ik dat er al een basis ligt, als er drie mensen weggaan, stoppen, van school worden gestuurd, weet ik het, dat je altijd nog een backup, een backup document hebt. Dat was één van mijn praktische opdrachten die ze moesten doen. Normaal moeten ze onderzoek doen in VWO, maar hier konden ze mooi onderzoek doen naar hoe maak je een goed draaiboek en maak het. Dat doen ze dus eigenlijk binnen hun eigen interessegebied, ze creëren iets wat we ook nog op school gaan gebruiken en wat uiteindelijk ook nog gaat bijdragen aan het verminderen van een maatschappelijk probleem. Zodoende is dat eigenlijk in mijn les.

♥PANN: Hoe help je ze in het vinden van zichzelf? Jongeren zijn natuurlijk maakbaar, zoekend…
Flemming:  Ik denk vooral door ze te laten twijfelen aan wat ze al denken, dus een soort van gezonde twijfel. Ga nou eens kritisch kijken naar wat je vindt, waarom je dat vindt en wat zijn de gevolgen van jouw mening en van wat jij denkt, van wat jij vindt. En oke, hoe zit dat eigenlijk aan de andere kant? Dat is soms heel lastig, want je ziet dat leerlingen die uit een thuissituatie komen waar de thuiscultuur heel sterk is, dan kan je doen op school wat je wil, maar uiteindelijk luisteren ze toch naar thuis. Wat ik wel dan wil is in ieder geval dat ze zoveel mogelijk van wat er kan, gezien hebben, dat ze later, als ze ouder zijn en hopelijk die thuis invloeden wat minder worden en zich echt zelf gaan ontwikkelen en keuzes gaan maken, dat dan eigenlijk toch meespeelt wat hier allemaal behandeld en besproken hebben. Zeker toch ook in mijn vak, in het vak maatschappijleer kan je, heel veel dingen van de wereld laten zien die ze eigenlijk zelf niet zien. Zo denk ik dat ik ze zichzelf laat zijn, en ook echt weer met ze in gesprek gaan.

♥PANN: Waar haal je inspiratie uit om jezelf? of bij wie? Of wat motiveert je?
Flemming: Nou wat motiveert me, wat me dus motiveert, er zijn andere mensen die hier heel krampachtig over doen. Want ja ik, in mijn familie was het nooit een probleem dat ik homoseksueel was, en eigenlijk met solliciteren of iets, of vriendengroepen nooit echt last mee gehad. Ik heb het juist gezien als mijn kracht, want wat maakt mij nou uniek, wat kan ik nou extra brengen bij die leerlingen, is dat stukje genderidentiteit, wat ze vaak vanuit huis niet mee krijgen of niet zien hoe dat werkt. Ik weet bijvoorbeeld nog, ik zat in v5 of v6, en we hadden best wel een multiculturele klas, dus best wel veel van mijn medeleerlingen, die wisten eigenlijk helemaal niet zo goed hoe dat eigenlijk zat met homoseksualiteit, want ja we kregen er eigenlijk niks over op school, en ook eigenlijk weinig vanuit thuis. Toen weet ik nog dat een meisje aan mij vroeg, maar Flemming, hoe flirt je dan met jongens? En dat ik zei, nou eigenlijk hetzelfde als jij met jongens flirt, en dat ze echt dacht oh ja dit is eigenlijk best logisch. Maar die hele simpele dingen, dat inspireert me ook wel om mezelf te zijn, om ook juist te laten zien hoe het wel, hoe het kan dat mensen er niet negatief in staan en hoe het wel geaccepteerd wordt. En ik ben ook wel heel realistisch, je weet natuurlijk wel dat, zeker als er dingen gebeuren die leerlingen niet fijn vinden, bijvoorbeeld een onvoldoende krijgen of als er ruzie is, willen ze nog wel dingen op een docent afreageren, maar die zijn niet per se persoonlijk bedoeld, maar dat is gewoon hoe kunnen we iemand raken, en ik kan dat heel makkelijk scheiden. Dus als er zoiets gebeurt, denk ik ook echt, prima, want het is geen persoonlijke aanval, maar het is een uiting van agressie en een heel ander probleem. Dat maakt het voor mezelf ook heel makkelijk mochten er nou dingen gebeuren, om er eigenlijk mee om te gaan. Wat is nog meer mijn motivatie? Nou, ook denk ik, omdat ik het heel belangrijk vindt, dat zij een rolmodel hebben over hoe je er eigenlijk heel relaxed en open en vrij mee op kan gaan. Want heel veel van mijn leerlingen zien dat thuis helemaal niet, daar is het of niet bespreekbaar, of het is een taboe, of het is wel geaccepteerd alleen komen ze daar amper mee in aanraking. En dan vind ik het juist belangrijk dat ze zien, dat het niet een issue hoeft te zijn, ook al weten ze het wel, maar eigenlijk is het niet zo’n issue, meer van oke, het is er, prima. Dat eigenlijk, dat is wel mijn inspiratie.

♥PANN: Wat is jouw meest bijzondere paarse verhaal op school?
Flemming: Zo, mijn meest bijzondere paarse verhaal. Dat is wel een hele goeie. (Hier kwam een verhaal wat er niet in kan/mag, maar wel echt geweldig is, dus ik laat hem nog wel op een vergadering horen) Er is een veel beter moment: bezoek van de koningin. Dat is mijn meest paarse moment, koningin Máxima is hier geweest. Super gaaf. Wij zijn door het COC benaderd, de directeur uiteindelijk en ik, met ja de koningin wil graag naar een school en die wil graag met een gsa in gesprek, zou dat op jullie school mogen? Dus wij zo, graag. Toen hebben de directeur en ik, in het geheim, ik denk wel 2, 3 maanden het bezoek voorbereid, alsof de burgemeester kwam, was de burgemeester niet, maar dat wist dus niemand. Dat was nog grappig, want de dag daarvoor waren we hier in het lokaal alles aan het klaar maken en die leerlingen, u bent wel een beetje gestressed hoor, voor het bezoek van de burgemeester, het is maar de burgemeester. Maar we moeten wel een goede indruk maken. En toen vervolgens de volgende dag om half 9 in de lerarenkamer, vertelde de directeur, het is niet de burgemeester, het is ook de koningin die komt. En toen is de koningin eigenlijk met mijn leerlingen in gesprek gegaan, wat ik super gaaf vond, en ik heb een van die gesprekken geleid, namelijk met mijn gsa, dat ze daar in gesprek ging met de gsa over wat ze eigenlijk doen, welke activiteiten ze doen, dat was wel echt de meest gave ervaring, dat er zo veel aandacht voor komt, op onze school, dat was eigenlijk wel uniek. Dat was bizar.

♥PANN: Wat hoop je dat er in de toekomst nog gaat veranderen?
Flemming: Wat hoop ik dat er in de toekomst nog gaat veranderen. Nou, wat ik hoop is dat in ieder geval elke school, dat er op elke school structureel aandacht komt voor gender sexuality onderwijs, dus überhaupt wat zijn de verschillende geslachten, hoe werkt dat nou, maar ook wat zijn de maatschappelijke implicaties daarvan, dat dat gewoon helemaal, dat elke leerling daar in ieder geval iets over mee krijgt. Zodat dat later als soort van bagage is, en hopelijk dat leerlingen zich daardoor realiseren hoe dat werkt en toleranter worden. En wat ik graag zou willen is dat op elke middelbare school in nederland, iedereen zoveel mogelijk zichzelf zou kunnen zijn en ook zich veilig genoeg voelt en dat is een enige utopie want jeugd, pubers, en ja dat is vrij moeilijk, maar ik hoop dat we daar nog wel stappen in kunnen zetten. Dat dat idee nog wordt verspreidt.

♥PANN:Misschien op deze school zelf?
Flemming: Ja, op onze school, wat zou ik graag nog willen, nou, ik denk dat wat ik op deze school nog graag zou willen, en daar zijn we met de gsa al heel erg mee bezig, dat het niet alleen gaat over de aandacht voor lhbti+ maar juist dat we ons inzetten voor iedereen die anders is, en anders wordt ervaren. Dus eigenlijk dat iedereen zichzelf kan zijn, dus ook als je een andere seksualiteit hebt, maar ook als je een ander geloof hebt, of ook als je houdt van een bepaalde muziekstijl waar niemand anders van houdt. Maar dat we met elkaar in gesprek gaan, en elkaar gaan accepteren in plaats van elkaar alleen maar te veroordelen omdat we anders zijn. Dus eigenlijk dat we elkaars anders zijn als kracht gebruiken en dat is natuurlijk een hele erge utopie. (Hier werd ie gebeld dus was hij uit zijn verhaal gehaald) Waar waren we? Ja, dat is eigenlijk mijn toekomst wens.